Met nieuwe Tweede Kamerverkiezingen in aantocht schetsen deelnemers van het ReflexLAB een arbeidsmarktpassage voor het nieuwe Regeerakkoord. Daarin brengen we bestaande en nieuwe denklijnen over een modernere arbeidsmarkt samen, overstijgen we traditionele links-rechts tegenstellingen, en plaatsen we een moderne stip op de horizon voor alle werkenden. Hoe kunnen we er als samenleving voor zorgen dat het pad naar de stip zo toegankelijk mogelijk is?

 

Eigen verantwoordelijkheid, eigen regie en eigen wens centraal

De toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt vraagt om oplossingen waarbij alle werkenden zijn gebaat. Het creëren van een gelijk kansenspeelveld voor werkenden op basis van flexcontracten en vaste contracten is daarbij een belangrijke voorwaarde voor een gezonde en duurzame arbeidsmarkt. Deze wens tot flexibilisering komt zowel vanuit het bedrijfsleven alsmede de werkzame beroepsbevolking. Desondanks constateren wij een discrepantie tussen de manier waarop het bedrijfsleven flexibilisering van arbeid vaak inzet en de rechten van werkenden op basis van een flexcontract.                                                                    

Daarom stellen wij voor om alle werkenden, ongeacht de arbeidsrelatie, eigen verantwoordelijkheid en regie te geven over de eigen loopbaan. Duurzame inzetbaarheid van de hele werkzame beroepsbevolking is hierbij het uitgangspunt. Het middel hiervoor is een individueel transitiebudget die elke werkende opbouwt. De opbouw van dit individueel budget wordt vormgegeven door een hervorming van de huidige transitievergoeding.

De transitievergoeding

De transitievergoeding, zoals deze is afgesproken in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) en vanaf 1 juli 2015 van kracht is, biedt werknemers kansen om na ontslag sneller aan het werk te gaan. Wij onderstrepen de waarden van dit uitgangspunt, maar constateren tegelijkertijd een belangrijke omissie van de transitievergoeding voor de Nederlandse arbeidsmarkt.                                                                             

Het recht op een transitievergoeding krijgt een werknemer pas na een periode van twee jaar. Aanwending van de vergoeding - voor scholing cq. re-integratie op de arbeidsmarkt -  gebeurt als het te laat is. Pas na ontslag vindt uitkering van de opgebouwde transitievergoeding plaats. Hier ligt een gemiste kans. Ontslagen werknemers kunnen immers pas op het moment dat zij een WW-uitkering ontvangen de transitievergoeding aanwenden. Bijscholing en re-integratie gebeurt te laat en alleen wanneer de urgentie hoog is. Zou het niet veel logischer en gewenster zijn als alle werkenden op elk moment in hun carrière eigen verantwoordelijk en eigen regie kunnen nemen over hun loopbaanontwikkeling?

Hervorming van de transitievergoeding

Wij stellen voor om de opbouw van de transitievergoeding – zoals deze nu in de WWZ is vastgelegd – beschikbaar te maken voor alle werkenden, ongeacht het contract en arbeidsduur. De opbouw van de transitievergoeding is niet langer fictief en wordt niet pas bij ontslag uitgekeerd. Alle werkenden bouwen per gewerkte maand een transitiebudget op, naar analogie van de opbouw van de transitievergoeding. Dit budget wordt vervolgens direct naar een Nationaal Transitiefonds overgebracht. Alle werkenden, en dus ook zij die op basis van opeenstapelingen van korte arbeidscontracten werken, bouwen daarmee een transitiebudget op die zij kunnen aanwenden op elk moment in hun carrière. Hiermee empoweren we de wendbaarheid en inzetbaarheid van alle werkenden, en in het bijzonder flexkrachten. Door de hervorming van de transitievergoeding vervalt de financiële prikkel voor werkgevers om de huidige transitievergoeding te ontlopen, door afscheid te nemen van een medewerker die nog geen twee jaar in dienst is. Tegelijkertijd geldt met de hervorming van de transitievergoeding dat werkgevers niet langer deze vergoeding hoeven te betalen bij ontslag.                             Door de maandelijkse opbouw van het individuele transitiebudget kan elke werkende genieten van scholing op het moment dat hij of zij dit wenst. Door alle werkenden eigen verantwoordelijkheid en eigen regie te geven over hun duurzame inzetbaarheid zullen werkenden minder snel voor lange periode aanspraak maken op een WW-uitkering. Zij worden immers gestimuleerd en in staat gesteld om op elk moment van hun carrière zich wendbaar op te stellen voor de steeds flexibeler wordende arbeidsmarkt. 

Het individueel transitiebudget stelt werkenden in staat om eigen verantwoordelijkheid en eigen regie te nemen over hun kansen en wendbaarheid om de arbeidsmarkt.

Nationaal Transitiefonds en flankerend beleid

Via een Nationaal Transitiefonds, naar analogie van de pensioenfondsen, zullen de individuele transitiebudgetten van alle werkenden worden beheerd. Werkenden kunnen via hun DigiD inzicht krijgen in de opbouw en hoogte van hun transitiebudget. Ook kunnen zij het opgebouwde budget vanuit hun DigiD aanwenden. Sociale partners kunnen in cao’s afspraken maken om sectorspecifieke regelingen te treffen die de transitiebudgetten van alle werkenden in een bepaalde sector aanvullen. Het Nationaal Transitiefonds zal worden opgericht náást de sectorale opbouw van scholingsgelden via de O&O fondsen.                                     

Via flankerend beleid wordt ook loopbaanbegeleiding mogelijk gemaakt, welke kan worden gefinancierd en uitgevoerd vanuit het Nationaal Transitiefonds. Ook introduceren wij een onderwijsprogramma ondernemend werknemerschap voor iedere starter op de arbeidsmarkt. Het doel van het lesprogramma is om starters op de arbeidsmarkt beter voor te bereiden op flexwerk, waardoor het negatieve imago van flexwerk vermindert en starters de kansen van flex inzien. 

Deel deze pagina

Volg ons

Website door: wemagine